Een woord van de dominee
Wie wind zaait…
Onze taal kent het gezegde ‘wie wind zaait, zal storm oogsten’. Die spreuk betekent dat wie kwaad of problemen
veroorzaakt, uiteindelijk zelf de gevolgen
daarvan ondervindt.Vroeg of laat word je geconfronteerd met de gevolgen van je daden. Die negatieve betekenis sluit aan bij de Bijbeltekst waar dit gezegde kennelijk vandaan komt: ‘Want wind zaaien zij en storm oogsten zij’ (Hosea 8:7). Het gaat daar over de afgoderij in het noordelijke tienstammenrijk Israël (ook wel Efraïm genoemd in de Bijbel, naar de belangrijkste stam). Onder andere de verering van een stierkalf in de hoofdstad Samaria. Dat zal ernstige gevolgen hebben, want die afgoden helpen het volk geen zier. Het zal straks aan vijanden ten prooi vallen, en nu al mislukt de oogst: ‘Het zaad brengt geen koren voort, en als het al vrucht draagt dan geeft het geen meel, en als het al meel geeft dan wordt het door vreemden verslonden.’ De boodschap is: wie God verlaat, komt zichzelf eens tegen. De komst van de heilige Geest wordt in Handelingen 2 (over de uitstorting van de Geest op het Pinksterfeest in Jeruzalem) vergeleken met een windvlaag. Je zou kunnen zeggen dat God zijn Geest als een wind ‘zaait’ in de harten van die twaalf leerlingen van Jezus Christus, die daar bijeen zijn. In het Liedboek van 1973 keert dat motief terug in een Pinksterlied: Luister, dat ademend geluid.
God zaait de wind des Geestes uit
om straks een storm te oogsten,
de lof des Allerhoogsten. (Gezang 246:4) Hier krijgt het spreekwoord een draai van negatief naar positief: de lofprijzing als reactie op het verrassende werk van de Geest. Dat begint bij die twaalf leerlingen zelf, maar het groeit uit tot een gigantisch koor, in de Kerk van Christus en het Koninkrijk van God. Een oproep aan ons om ons door die ‘storm’ te laten meeslepen! In het nieuwe Liedboek van 2013 komt dat motief ook voor in een Pinksterlied: De Geest van God waait als een wind op vleugels van de vrede,
als adem die ons leven doet,
deelt ons een onrust mede
die soms als storm durft op te staan,
geweld en kwaad durft tegengaan,
een koele bries die zuivert. (Lied 691:1) Hier krijgt de ‘storm’ een andere betekenis: krachtig verzet tegen geweld en andere vormen van kwaad, het verlangen om dat weg te blazen. Ook dát hoort bij het verrassende werk van de heilige Geest! En daarvoor wil God de ‘wind’ van zijn Geest in de kerken en in ons hart ‘zaaien’… Zodat het vanbinnen wel eens gaat stormen uit woede over alles tegen Gods wil ingaat.